Inzicht functioneren van de drainage en DT-riolering

Sinds 2011 investeert de gemeente Krimpen aan den IJssel in de aanleg van drainage en/of DT-riolering wanneer de oude riolering wordt vervangen. Op basis van de peilbuisgegevens is de effectiviteit van deze inspanning de periode tussen 2013 - 2017 nader onderzocht. Voor deze rapportage is gecontroleerd of de trend van stabilisering van de grondwaterstand in de gebieden waar drainage is aangelegd blijvend is in vergelijking met de gebieden waar geen drainage is gelegd bij rioolvernieuwing. Het betreft locaties waar rioolvervangingen hebben plaatsgevonden van zowel voor als na 2011, dus zonder of met de aanleg van drainage.

Onderstaande kaart geeft weer waar binnen gemeente Krimpen aan den IJssel drainage aanwezig is.

Wanneer oude lekke riolering is vervangen door drainage/DT-riolering, kan een stijging van het grondwater optreden doordat de drainerende functie van de riolering wordt opgeheven. Dit is goed te zien in het grondwaterstandsniveau in de gebieden Putterhof eo (2008, peilbuis 07) en Meidoornhof eo (reconstructie 2008, peilbuis 16). De grondwaterstand blijkt zich rond een bepaald niveau te stabiliseren en minder fluctuatie te vertonen wanneer er drainage wordt mee gelegd. Omdat de drainage/DT-riolering onder oppervlaktewaterpeil wordt aangelegd en daarmee in open verbinding staat stabiliseert het grondwaterpeil zich dan rond het oppervlaktewaterpeil.

Het grondwaterpeil in de buurt zal zich rond het oppervlaktewaterpeil gaan instellen. Zoals ook te zien is in de gebieden Spiritoso eo (reconstructie 2012, peilbuis 20), Dijkgraafstraat eo (reconstructie 2011, peilbuis 34) en Morgental eo (reconstructie 2012, peilbuis 36) liggen de grondwaterstanden gemiddeld iets hoger, op circa NAP -1,90 m. Dit wordt vermoedelijk veroorzaakt doordat er in het gebied te kleine drains zijn aangelegd die bij kruisingen met kabels en leidingen te hoog zijn aangelegd en daardoor op een te hoog niveau draineren.

In het gebied Morgental eo. (peilbuis 36) vertoont de grondwaterstand vanaf 2013 een stijging. Vanaf medio 2015 is een nog verdere stijging van de grondwaterstand opgetreden. Dit houdt waarschijnlijk verband met rioolvervanging in de Parkzoom (medio 2015 tot maart 2016) waarbij de uitmondingen van de drainages zijn dichtgezet. Hierna laten de grondwaterstanden weer een daling zien tot het niveau van voor 2015 nabij het oppervlaktewaterpeil.

De invloed van de drainage die in het project Linde en Olm (reconstructie 2011) is aangelegd, is in peilbuis 21 niet zichtbaar.
Waarschijnlijk staat de peilbuis te ver van het reconstructiegebied om de invloed te kunnen meten. De peilbuis staat op de grens van een gebied waar een riool is vervangen en drainage is aangelegd en een gebied waar nog een oude, mogelijk lekke, riolering ligt. Mogelijk heeft de oude riolering de meeste invloed op de grondwaterstand in peilbuis 21. De meetgegevens van 2017-2018 bevestigen het beeld van de vorige rapportages. Vanwege de ongunstige ligging van de peilbuis, is een nieuwe peilbuis 21A geplaatst nabij bebouwing circa 50 meter ten westen van de oude locatie. De metingen ter plaatse van peilbuis 21A liggen beduidend hoger dan bij de oude peilbuis 21, ook is de maaiveldhoogte circa 0,5m hoger dan de oude locatie.

In de wijk Rondweg eo naast peilbuis 11 is in 2014 rioolvervanging uitgevoerd en drainage aangelegd. De grondwaterstand laat vanaf dat moment een stijging zien. Het wordt aanbevolen om dit in de gaten te houden. In de evaluatie van het grondwatermeetnet is aangegeven dat deze peilbuis verplaatst moet worden zodat hij in de woonwijk komt te liggen. In 2018 is circa 120m ten noorden van PB11 een nieuwe peilbuis geplaats. De grondwaterstand ter plaatse van de nieuwe peilbuis PB12A ligt iets hoger, de waterstanden fluctueren rond het oppervlaktewaterpeil.

In de omgeving van het Raadhuisplein (peilbuis 6) is rioolvervanging uitgevoerd in 2015. Bij peilbuis 6 is vanaf medio 2015 de fluctuatie van de grondwaterstand kleiner geworden. Dit is het gevolg van de aanleg van het DT-riool. In de wijk Fazantstraat eo (peilbuis 39) is een duidelijke stijging van de grondwaterstand te zien na de rioolvervanging. Bij de rioolvervanging is drainage aangelegd. In peilbuis 39 lijkt de grondwaterstand zich te stabiliseren rond het oppervlaktewaterpeil. Dat is in overeenstemming met het grondwaterzorgplan.

In de omgeving de wijk Marathon e.o. (peilbuis 19 en 28) is in 2016/2017 rioolvervanging uitgevoerd waarbij drainage is aangelegd. Bij peilbuis 19 is na de rioolvervanging een stijgende grondwaterstand zichtbaar, de waterstand lijkt zich te stabiliseren rond het oppervlaktepeil. Bij peilbuis 28 laat de grondwaterstand ook een stijging zien tot het niveau van het oppervlaktewaterpeil. Na september 2019 stijgt het niveau tot net boven het oppervlaktewaterpeil.

Onderstaande figuur toont de verschillende gebieden met drainage.

Op peilbuis 21 na, is in alle peilbuizen een effect te zien van het aanleggen van drainage. De komende jaren kan middels het monitoren van de grondwaterstanden bepaald worden of de drainage blijft functioneren.

In deelgebied 1 van de wijk Oud Krimpen is in 2020 het riool vervangen en drainage aangelegd. Uit de metingen in peilbuis 35 en peilbuis 47 blijkt dat de grondwaterstand sinds de rioolvervanging is gestegen, in PB35 tot boven oppervlaktewaterpeil. De meetperiode sinds de rioolvervanging is nog te kort om te kunnen beoordelen of de drainage de grondwaterstand voldoende reguleert. Gezien de oude bebouwing is het advies om de grondwaterstand hier extra goed in de gaten te houden.

Uit de grondwaterstandsmetingen blijkt dat in vrijwel alle gebieden waar rioolvervanging is uitgevoerd de grondwaterstand voor rioolvervanging lager was dan het oppervlaktewaterpeil. Dit duidt erop dat er sprake was van lekke rioleing die drainerend werkte.
In de gebieden waar bij rioolvervanging geen drainage is aangelegd is laten de metingen zien dat de grondwaterstand na rioolvervanging hoger zijn geworden dan de maximaal gewenst grondwaterstand.

In gebieden waar gelijktijdig met rioolvervaning drainage of DT-riolering is aangelegd laten de grondwaterstandsmetingen zien dat de grondwaterstand wel stijgt maar dat de stijging afvakt op of net boven het oppervlaktewaterpeil en niet verder doorstijgt.

Dit toont aan dat het effectief is om gelijktijdig met rioolvervanging drainage of DT-riolering aan te leggen en daarmee de grondwaterstand op een goed niveau te reguleren. Naast het voorkomen van te hoge grondwaterstanden draagt het aanleggen van drainage / DT riolering ook bij aan het voorkomen van het uitzakken van de grondwaterstand in droge periodes. Daarmee is het ook een effectief middel om uitdroging van de bodem in droge zomers die als gevolg van klimaatverandering steeds vaker voorkomen, zoveel mogelijk tegen te gaan. Effecten van droogte zoals bodemdaling, afsterven van groen ect. worden daarmee beperkt.

Bij enkele peilbuizen wordt ondanks rioolvervanging en aanleg drainage nog steeds een grondwaterstand gemeten die lager is dan oppervlaktewaterpeil (bijvoorbeeld peilbuis 20, 21A en 24). Het advies is om daar nader onderzoek te doen naar mogelijk oorzaken.